Thalia (1911-1996)

 

Het Thalia Theater op de Kruiskade
(Foto: Jan Mooibroek)

Rotterdam heeft welgeteld 3 Thalia Theaters gehad, allen eigendom van Abraham Tuschinski, de stichter van het beroemde bioscoopbedrijf en natuurlijk van het Tuschinski Theater in Amsterdam. De allereerste Thalia Bioscope was gevestigd in het zeemanskerkje “De Hoop” aan het Coolvest 44 welke in 1911 werd geopend. De naam Thalia komt uit de Griekse mythologie. Thalia was de muze van de komedie en Abraham Tuschinski vond dit wel een passende naam voor zijn eerste bioscoop. Lang heeft de eerste Thalia Bioscope het niet volgehouden. Reeds na anderhalf jaar werd het theater weer gesloten vanwege wijkvernieuwing.

De tweede Thalia Bioscope werd gevestigd aan de Hoogstraat 325 welke in 1916 officieel werd geopend. Vermaarde architecten, vakkundige aannemers, uitstekende glasbranders, ontwerpers van lichtornamenten, tapijtknopers en vele andere hooggekwalificeerde medewerkers werkten met man en macht aan de eerste echte bioscooptempel van Tuschinski. Het idee om een balkon zonder pilaren als ondersteuning te bouwen werd in de Thalia voor het eerst uitgevoerd (en zou later in het Tuschinski Theater opnieuw worden toegepast). Tuschinski bleek zich toen al met alle facetten van de bouw te bemoeien. Zelfs het zitcomfort werd door hem persoonlijk gecontroleerd. Tuschinski vond ook dat iedereen zich als een vorst in zijn theater moest voelen en haalde het verschil tussen arm en rijk weg door iedereen over de handgeknoopte tapijten te laten lopen. ‘Laten oog en oor, maar ook de zool van uw voet gestreeld worden door het goede, dat de aarde en mensenhanden voortbrengen’, schreef bioscoopmagnaat Abraham Tuschinski in 1916 ter gelegenheid van de opening van zijn van luxe tapijten voorziene Thalia Bioscope te Rotterdam. Je zou Thalia dan ook duidelijk een voorloper van het Tuschinski theater kunnen noemen. In de loop de jaren voegde Tuschinski nog een aantal theaters aan zijn imperium toe: het Olympia Theater (in de volksmond “het theater van 100 doden voor een kwartje” en liefkozend “De Plump” genoemd) de Royal aan de Coolsingel, de Scala aan de Hoogstraat en het Grand Theatre aan de Pompenburgsingel.

Al deze bioscopen hebben tot die bewuste 14 mei 1940 bestaan. Op deze dag bombardeerden de Duitsers Rotterdam waarbij de theaters in één klap werden weggevaagd. Met de vernietiging van deze bioscopen was ook de bezetting van Nederland begonnen. De bezetting, die de vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom zou betekenen. Abraham Tuschinski was een jood, net als zijn zwagers en compagnons Herman Ehrlich en Herman Gerschtanowitz. Zij hebben de oorlog niet overleefd. Herman Gerschtanowitz’ zoon Max bleef wel in leven, hij werd na de oorlog directeur van de Maatschappij Tuschinski NV, en het was diens tienjarig zoontje Ronnie, die in 1954 de eerste paal sloeg voor het derde Thalia Theater in de geschiedenis van Rotterdam.

De derde Thalia bioscoop werd gevestigd aan de Kruiskade 55 en werd op 7 juli 1955 officieel geopend. Het nieuwe theater bestond uit één zaal met ruim 800 stoelen. Door de gekozen zaalvorm en verschillende hellingen was het zicht op het filmdoek optimaal. De inrichting was modern, dus zonder toneel en balkon en uitgevoerd in een moderne jarig vijftig stijl. Van binnen en van buiten was het theater verfraaid met toegepaste kunst zoals een gevelplastiek, tegeltableaus naast de zaaldeuren en een beeldje in de foyer van “De Zingende Man” van de kunstenaar Marcello Mascherini. De gebogen voorgevel wordt gedomineerd door een sierbetonnen plastiek op een zwart fond. Beeldhouwer Carel Kneulman verbeeldde hier Thalia, de muze van het blijspel. Het opvallendst waren verder de namen van beroemde regisseurs op de zijmuren van de zaal. Het Vrije Volk schreef bij de opening van het theater op 7 juli 1955 “dat de gasten er aangenaam kunnen zitten maar dat de voorste 10 rijen wel erg dicht op elkaar waren geplaatst”.

Bij de opening van het theater ging er met de vertoning van de film “20.000 mijlen onder zee” iets goed mis. De film werd vertoond op het zogenaamde CinemaScope breedbeeld systeem. Voor de openingstoespraak van directeur Max Gerschtanowitz hadden onkundigen achter het filmscherm een tweetal speakers opgehangen aan de staaldraden waarmee de kaders werden voortbewogen. Toen de lichten na de speech doofden hadden de kaders opzij moeten gaan, maar tot grote schrik van iedereen trokken ze helemaal scheef. De toenmalige operateur van het theater, de heer De Jager, moest toen met een collega hals-over-kop achter het doek kruipen om de speakers daar snel weg te halen.

De laatste voorstelling in het Thalia Theater op de Kruiskade was op 27 maart 1996.

De heer van der Vlist mailde ons:
Ik was in 1962 volontair-leerling-operateur onder chef-operateur Anton (Ton) de Jager. Hij heeft mij de beginselen bijgebracht van een perfecte filmprojectie in overname-techniek.

ThaliaRotterdamOperateurOostveenDe heer Oostveen, operateur van het Thalia Theater.
(Foto: Hans van der Vlist)

ThaliaRotterdamOperateurvdVlistDe heer van der Vlist als leerling-operateur
(Foto: Hans van der Vlist)

Op het moment dat deze foto’s werden gemaakt draaiden we met twee Cinemeccanica Victoria X projectoren ( 35 en 70 mm.) en een Gaumont-Kalee 21.  De Kalee werd hoofdzakelijk gebruikt voor het voorprogramma (trailers, reclame en journaals). We draaiden destijds nog met koolspits want er was daar toen nog geen Xenon geinstalleerd. In de periode dat ik er werkte is er slechts één keer een 70mm. film gedraaid ( The Alamo). En ik geloof dat dat überhaupt de enige keer is geweest dat er 70 gedraaid is.
Nadat ik bij Thalia ben opgeleid kreeg ik van de toenmalige bedrijfleidster , mevr. A.Smits en de chef-technische dienst dHr. Berman een getuigschrift waarmee ik op een later tijdstip als dienstplichtig soldaat filmoperateur(35mm) bij de welzijnszorg ben geworden.
Hans van der Vlist.

Bron en foto’s:
MGM Tribune, 3e jaargang, nummer 2, mei 1996.
Jan Mooibroek
Hans van der Vlist

Reageren niet mogelijk...